Korte geschiedenis van de orgels van Luthers Amsterdam

De orgels van de Nieuwe of Ronde Lutherse Kerk

Front van het Bätz orgel (1830 Ronde Lutherse Kerk) Speeltafel van het Bätz orgel (1830 Ronde Lutherse Kerk)

Het eerste orgel wordt gebouwd door Cornelis Hoornbeeck en wordt in 1719 opgeleverd met 2 manualen en vrij pedaal. Het beeldhouwwerk is van de hand van Jurriaan Westerman. Hoewel het orgel zeer positief wordt ontvangen, wordt vanwege gebrek aan klankkracht in 1720 nog een derde klavier toegevoegd door Christiaan Müller, bouwer van het beroemde orgel van de Sint Bavo te Haarlem. Alom wordt dit instrument geroemd. Helaas gaat het verloren bij de allesverwoestende brand in het jaar 1822.

Nadat inzamelingen zijn gedaan voor een nieuw orgel, vindt op 18 september 1830 de ingebruikname van het Bätz orgel plaats. Bestaande uit 3 klavieren en vrij pedaal. Het kasontwerp van de vlaamse architect T.F. Suys wordt geheel in het interieur opgenomen. Het orgel wordt zoals gebruikelijk gekeurd door een aantal organisten uit andere steden die lof uitspreken over dit befaamde instrument. In 1993 breekt opnieuw brand uit. Hierna wordt het orgel door de firma Flentrop in oude glorie hersteld.

De orgels van de Oude Lutherse Kerk

Het eerste orgel, gebouwd in 1658 door de orgelbouwer Jan Norel uit Kalkar wordt geplaatst op het eerste balkon tegenover de preekstoel. Johannus Duyschot krijgt in 1690 de opdracht dit instrument te vergroten. Hij verplaatst het en creëert daarmee ook een geheel nieuw instrument. Het nieuwe instrument hangt nu boven de kansel en reikt tot het dak. Dit instrument bestaat uit 2 klavieren met vrij pedaal en bezit luiken die beschilderd zijn door de duitse schilder Philip Tideman. In 1886 wordt het Duyschot orgel vervangen vanwege mankementen aan het windsysteem en het toen heersende verlangen om een instrument met een meer orkestrale klank te bezitten. Ondermeer wordt daartoe ook een offerte opgevraagd bij de orgelmaker Cavaillé Coll.

De opdracht voor dit orgel wordt echter gegund aan de orgelbouwer J. Frederik Witte (firma J. Bätz en Co.). Hij levert dit instrument op met drie manualen en vrij pedaal. De oude kas van het orgel van Duyschot is nog altijd te bewonderen in de Nieuwe Kerk te Middelburg. Sinds de restauratie van 1993-1995 door de firma Flentrop verkeert het orgel weer in goede staat. Zowel mechaniek als klaviatuur inclusief de barkermachines worden gerestaureerd. In 1995 volgt het pijpwerk en de windmachines. Het orgel, door Cor Kee ooit omschreven als ”ziek kind” is hierdoor weer in oude luister hersteld. De talrijke 8 voets registers laten het meditatieve karakter doorklinken in een der laatste grote orgels van J.F. Witte.

Front van het Witte orgel in de Oude Lutherse Kerk (1886) Speeltafel van het Witte orgel in de Oude Lutherse Kerk (1886)

Dispositie van het Witte/Bätz Orgel van de Oude Lutherse Kerk op het Spui. (1868)

Positief (man 2 in zwelkast)

Bourdon 16’
Prestant 8’
Roerfluit 8’
Violon 8’
Octaaf 4
Openfluit 4’
Nazard 3’
Flageolet 2’
Mixtuur 2-4 sterk
Fagot 16’
Schalmei 8’
Tremulant

Pedaal

Prestant 16’
Subbas 16
Octaaf 8’
Bourdon 8’
Quint 6’
Octaaf 4’
Bazuin 16’
Trombone 8’
Trompet 4’

Koppels: lll-ll, ll-l, ll-ped, l-ped, subkoppel op man l.
Barkermachines op manualen l en ll.
Trede l, ll en pedaal, vetgedrukte registers werken op trede.

Dispositie van het Bätz orgel in de Ronde Lutherse Kerk te Amsterdam (1830)

Hoofdwerk (C-f “’)

Prestant 16’Dd
Bourdon 16’
Octaaf 8’
Roerfluit 8’
Octaaf 4’
Gemshoorn 4’
Quint 3’Dd
Octaaf 2’Dd
Mixtuur 2’IV-VIII
Scherp 1 ½’ IV-VI
Sexquialter III D
Trompet 16’
Trompet 8’
 

Pedaal(C- d’)

Prestant 16’
Subbas 16’
Octaafbas 8’
Fluitbas 8’
Roerquint 6’
Octaaf 4’
Mixtuur 3’ IV
Bazuin 16’
Trombone 8’
Trompet 4’
Cincq 2’



Gehalveerde trekkoppel Hoofdwerk op Rugpositief, Hoofdwerk op Pedaal
Rugpositief op Pedaal, Gehalveerde trekkoppel Bovenwerk op Hoofdwerk